Zorgstructuur

Zorg voor leerlingen 
Deze bijlage is bedoeld voor ouders die kinderen hebben in de groepen 1 tot en met 8 van onze basisschool.
Het geeft inzicht in de zorgstructuur op onze school.
Vooraf een verklaring van een aantal dingen die u tegen zult komen.
 
Zorgleerlingen:
Kinderen die opvallen omdat ze problemen hebben met de leerstof of opvallen door hun gedrag.
Deze kinderen krijgen extra hulp en worden nauwgezet gevolgd.
 
Hulpplan:
Voor kinderen die extra hulp nodig hebben maken we een hulpplan. Daarin staat wat de huidige situatie van het kind is, welke hulp we gaan geven, door wie en wanneer. Er staat ook in wat we willen bereiken en wanneer we kijken of dat ook werkelijk blijkt. (evalueren)
 
Intern Begeleider:
Op elke school is een leerkracht verantwoordelijk voor het hele zorggebeuren. Verderop in dit boekje kunt u lezen wat de taken van deze persoon zijn en wat u kunt verwachten.
Hierna spreken we over de IB’er
Op onze school is dat Mevr. E.H. Kramer-Meuleman
 
Schoolbegeleidingsdienst:
De IB’er en de leerkrachten kunnen met vragen terecht bij de begeleider van de schoolbegeleidingsdienst, Mevr. F. Buscher.
In incidentele gevallen doet de Schoolbegeleidingsdienst ook onderzoeken.
Hierna spreken we van de S.B.D.
1.1          InleidingElk kind maakt vanaf groep 1 tot en met groep 8 een enorme groei door.
Er zijn veel omstandigheden die daarbij een rol spelen.
Het belangrijkste is dat een kind zich prettig en veilig voelt. Daarom willen we weten hoe een kind functioneert op het gebied van de leervakken, in de groep en ten opzichte van de leerkracht.
De gegevens van toetsen kunnen ons daarbij extra helpen.
 
Er zijn twee soorten toetsen:
1.       Toetsen die bij de methodes van rekenen en taal horen.
2.       De CITO toetsen die op veel scholen in het hele land afgenomen worden.
De uitslagen van de CITO toetsen kun je dus vergelijken met het landelijk gemiddelde niveau.
Een keer per jaar nemen we met de inspecteur van onderwijs de behaalde resultaten door.
In groep 8 worden de toetsen maar 1 x afgenomen. Deze leerlingen krijgen in jan./febr. het schooleindonderzoek. De gegevens van het schooleindonderzoek gaan naar het vervolgonderwijs. Bij kinderen die naar het LWOO (leerweg ondersteunend onderwijs) of naar het PO (praktijkonderwijs) gaan, wordt ook een onderwijskundig rapport ingevuld. Dit wordt besproken met de IB’er van het voortgezet onderwijs.
Voor kinderen bij wie sprake is van dyslexie vullen we het dyslexievolgdocument in. Hierin komen alle gegevens te staan die voor het vervolgonderwijs nodig zijn.
 
Het afnemen van toetsen, vooral bij groep 1 en 2, neemt veel tijd in beslag. In de hogere groepen gaat dit sneller. Het is een hele klus om alles in te voeren in de computer, te kijken welke kinderen te laag scoren en daarna een plan te maken welke hulp er gegeven moet worden.
Verwacht niet dat, wanneer een toets afgenomen is, er gelijk dezelfde dag al uitslagen zijn. Hier gaat in ieder geval 2 weken overheen.
Aan het einde van het schooljaar worden de kleutertoetsen met de ouders doorgesproken.
Bij het beoordelen van de resultaten houden we er rekening mee dat een kind b.v. faalangstig is, of dat er andere omstandigheden kunnen zijn waardoor het minder scoort. Bij jonge kinderen is dit nog moeilijk te zien. Het is goed dat ouders belangrijke gegevens van hun kind aan school doorgeven.
De gegevens van kinderen worden bewaard in het leerlingvolgsysteem.
Hierin worden de gegevens van groep 1 tot en met groep 8 bewaard.
Het zal iedereen duidelijk zijn dat toetsgegevens en andere gegevens van leerlingen vertrouwelijk zijn en niet naar buiten mogen komen. Alleen het personeel heeft toegang tot deze gegevens.
Ouders hebben er recht op te weten hoe het met hun kind gaat. De gegevens van de toetsen kunnen in een oudergesprek in de eerste week van februari naar voren komen, of n.a.v. de rapportbesprekingen.
Bij zorgleerlingen neemt de leerkracht eerder contact
op met de ouders/ verzorgers.
Gesprekken vinden plaats op een afgesproken tijdstip met beide ouders. (liever niet voor schooltijd of tussendoor, want we kunnen er dan niet voldoende tijd voor nemen)
 
Het afnemen van toetsen kan bij sommige kinderen wat spanning geven. Het is daarom van groot belang dat we er zo nuchter en rustig mogelijk mee om gaan.
Ga uw kind niet van te voren zeggen dat ze extra goed hun best moeten doen, dat werkt meestal averechts en de resultaten zullen dan slechter uitvallen.
1.2          Wat is de weg voor extra hulp?Een kind valt op doordat het niet goed scoort op het gebied van gedrag, of bij de leerresultaten.
De leerkracht gaat zoeken naar oorzaken en kijkt of er kortdurende hulp gegeven kan worden waardoor het probleem oplost. Deze hulp wordt tijdens de lessen gegeven.
 
Na een, van te voren, bepaalde tijd wordt er gekeken of deze kortdurende, hulp voldoende geweest is.
 
Als de resultaten niet voldoende zijn, gaan we zoeken naar diepere oorzaken. De hulp van de IB’er wordt ingeroepen. Ouders worden ingelicht . Er wordt een hulpplan gemaakt. Hierin geven we aan welke hulp op school geboden wordt en wat de afspraken met thuis zijn. Een goede samenwerking tussen ouders en leerkrachten is erg belangrijk.
Ook staat erin hoelang deze hulp wordt verleend en hoe vaak .
Ouders krijgen een kopie van het hulpplan.
 
Blijkt na evaluatie dat de hulp onvoldoende geweest is, schakelen we de S.B.D. in. De schoolbegeleider kijkt met de betreffende leerkracht en de IB’er of we nog andere manieren van hulp kunnen bieden.
In sommige gevallen is het beter om externe hulp te zoeken , b.v. Bureau Jeugdzorg of een kinderarts.
De IB’er helpt de ouders om de juiste hulp te zoeken en is eventueel bij gesprekken aanwezig. Van het gesprek wordt een verslag gemaakt voor school en ouders.
 
Een leerling wordt de hele periode gevolgd. Er is dus een goed beeld van zijn functioneren. Als er twijfel is over het doorgaan naar een volgende groep, zijn daar al in een vroeg stadium gesprekken met de ouders.
De uitslagen van de landelijk genormeerde CITO toetsen worden weergegeven in de letters A-B-C-D-E.
Een A score is goed, B is voldoende, C is twijfelachtig, D of E is onvoldoende.
Wanneer de leerling op meerdere vakgebieden D of E scoort adviseren wij als school om het leerjaar nog een keer te doen.
 
In overleg met ouders komen we tot een weloverwogen beslissing.
Deze gesprekken vinden plaats in de periode tussen de meivakantie en de zomervakantie.
© BmdB Veenhuizerveld, 2011
een ContentBE website